Europees robuustheidsonderzoek
(Complementary Safety margin Assessment, CSA, Europese Stress test)
In Japan kregen diverse kerncentrales te maken met ernstiger gebeurtenissen dan waarvoor ze waren ontworpen. De Europese Commissie heeft daarom opdracht gegeven voor een onderzoek naar de robuustheid van de kerncentrales in de Europese Unie. De Europese nucleaire toezichthouders hebben hiervoor een onderzoeksmethode vastgesteld. Die maakt duidelijk wat een kerncentrale kan hebben zonder dat het tot een radioactieve lozing komt die groter is dan vergund. Door veiligheidsmarges kan een kerncentrale vaak meer hebben waarvoor ze waren ontworpen. De vraag is: hoeveel meer?
De resultaten van het Europese robuustheidsonderzoek zijn inmiddels gepubliceerd. De publieksversie en het Engelstalige hoofdrapport kunt u hier bekijken.
Europese verplichting
Dit robuustheidsonderzoek, of ‘Complementary Safety margin Assessment’ (CSA), is vooral bekend onder de naam 'Europese Stress Test'. De EU-lidstaten zijn verplicht dit CSA uit te laten voeren. In Nederland heeft het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I) EPZ per brief opgedragen dit onderzoek voor de kerncentrale Borssele uit te voeren.
Onderzoekswijze
De Europese CSA laat (een combinatie van) gebeurtenissen steeds erger worden. Net zo lang tot veiligheidsystemen kapot gaan. Daarmee wordt duidelijk wat een kerncentrale kan hebben voordat het dat het tot een radioactieve lozing komt die schadelijk voor de omgeving is. Zolang een radioactieve lozing uitblijft, is de uiterste marge nog niet bereikt.
De uiteindelijke veiligheidsmarge wordt gerapporteerd, eventueel samen met maatregelen om deze te vergroten. Hoe groter de marge tussen vergunningwaarde en moment van nucleaire lozing, des te robuuster de kerncentrale.
Door investeringen en verbeteringen zijn de veiligheidsmarges van Borssele de afgelopen 30 jaar verruimd. Van de meeste weet EPZ daarom goed waar ze liggen, maar niet altijd hoe groot ze precies zijn. EPZ is zeer geïnteresseerd in praktische mogelijkheden om deze grenzen nog verder te verleggen.
Onderzoeksgebieden
De Europese Unie heeft opgedragen de veiligheidsmarges van alle Europese kerncentrales te onderzoeken op de gebieden:
− Aardbevingbestendigheid
− Overstromingsbestendigheid
− Verlies van (nood)stroom en –koeling
− Severe accident management, voorzieningen om de gevolgen van een ongeluk te beperken
Bij deze onderzoeksgebieden wordt uitgegaan van geografische uitgangspunten en omstandigheden die gelden voor de vestigingslocatie van de kerncentrale. Dat leidt tot verschillen per land of per onderzochte centrale. Voor Borssele noemt de minister expliciet nog enkele aanvullende onderzoeksgebieden zoals vliegtuigbestendigheid en moedwillige verstoringen (terreur). Een voorbeeld hiervan is het inbreken op computersystemen van de centrale. Ook zal EPZ de veiligheidsmarges onderzoeken van een reeks ‘man made events’ zoals een ontploffende gastanker op de Westerschelde en explosies op het terrein van de centrale.
EPZ heeft geen bemoeienis met de uitgangspunten van het Europese CSA. Dit onderzoek is door de Europese overheid voorgeschreven en gedefinieerd. EPZ doet uitsluitend uitspraken over de eigen verantwoordelijkheden ten aanzien van het uitvoeren van het Complementary Safety margin Assessment.
Indien men vragen en/of opmerkingen heeft over de opzet dit onderzoek, kan men contact opnemen met de initiatiefnemers bij de EU (ENSREG) en de verantwoordelijken bij het Ministerie van EL&I.
Uitvoering
EPZ is als exploitant eerstverantwoordelijke voor het onderzoek. EPZ laat de beoordeling van de veiligheid niet alleen aan anderen over. Onze eigen medewerkers hebben verreweg de meeste kennis van de eigen installatie. Daarnaast worden er veel externe deskundigen en specialisten ingezet op deelgebieden in het Complementary Safety margin Assessment. Belangrijk is dat de kaders van het onderzoek door anderen buiten EPZ zijn bepaald. Dit kan nieuwe invalshoeken en daardoor nieuwe kennis opleveren.
Rapportage en toetsing
EPZ rapporteert de resultaten aan EL&I, die het rapport door de Kernfysische Dienst (KFD) laat controleren. Zonodig wordt aan EPZ nadere informatie gevraagd. EL&I rapporteert vervolgens aan de Europese Commissie. Zeven andere nucleaire toezichthouders controleren het Nederlandse rapport. Ook die kunnen EPZ om opheldering vragen, nader onderzoek verlangen of zelfs de locatie inspecteren. Alle Europese rapporten worden uiteindelijk in de Europese Ministerraad besproken. Deze werkwijze is binnen de Europese Unie overal gelijk.
Op 15 augustus is een voortgangsrapportage opgestuurd naar het ministerie van EL&I. Deze voortgangsrapportage bevat geen inhoudelijke bevindingen en schetst uitsluitend de opbouw en voortgang van het lopende onderzoek.
De rapportage met de inhoudelijke conclusies is op 31 oktober aangeleverd bij het ministerie van EL&I. Op woensdag 2 november zijn de rapportages door het ministerie naar de Tweede Kamer gestuurd en de resultaten op deze website openbaar gemaakt. De resultaten van het onderzoek kunt u hier bekijken.
U kunt hier een papieren versie van de publieksversie van de resultaten van het Europese Robuustheidsonderzoek aanvragen.
Resultaten Europees Robuustheidsonderzoek
De resultaten van het Europese Robuustheidsonderzoek zijn door het ministerie van EL&I aangeboden aan de Tweede Kamer. De publieksversie en het Engelstalige hoofdrapport zijn hier te bekijken.
Links
- epz.nl
- werkenbijepz.nl
- mengoxide.nl
- recyclenbijepz.nl
- IAEA.org
- Wano.info